ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor schoonmaakarbeid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 28 april 2008 te beëindigen omdat hij geschikt werd geacht voor zijn arbeid als schoonmaker. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de klachten van appellant niet terug te voeren waren op ziekte of gebrek zoals bedoeld in de Ziektewet.
In hoger beroep herhaalde appellant grotendeels zijn eerdere bezwaren en overhandigde aanvullende (para)medische documenten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze nieuwe gegevens geen aanleiding gaven om het eerdere oordeel te herzien of tot nader medisch onderzoek over te gaan.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak een juiste medische grondslag hebben en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd overwogen dat geen gronden aanwezig waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering omdat hij geschikt wordt geacht voor schoonmaakarbeid.