ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens ontbreken medische onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 2001 een WAO-uitkering die vanaf 2006 was vastgesteld op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Op 10 december 2007 meldde zij zich ziek terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV besloot op 4 april 2008 om vanaf 11 april 2008 geen ziekengeld meer toe te kennen omdat appellante niet ongeschikt werd geacht voor arbeid. Dit besluit werd op 1 juli 2008 bevestigd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het medisch oordeel van de artsen deugdelijk was en dat de subjectieve klachten van appellante niet doorslaggevend zijn. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat recht op ziekengeld vereist dat ongeschiktheid objectief medisch is vastgesteld.
Omdat appellante haar standpunt niet met medische gegevens kon onderbouwen, is geen reden voor een ander oordeel. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld wegens ontbreken van medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.