ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5060

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2617 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn WIA-uitkering

Appellant werd door het UWV bij besluit van 15 oktober 2008 geïnformeerd dat hem vanaf 3 november 2008 geen WIA-uitkering zou worden toegekend. Appellant maakte op 15 juli 2009 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 2 oktober 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en verklaarde appellant niet-ontvankelijk in zijn bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank, waarbij met name de aantekening in het huisartsjournaal van 20 oktober 2008 doorslaggevend is. Deze aantekening toont aan dat appellant op die datum al kennis droeg van het besluit van 15 oktober 2008. De Raad verwerpt het verweer van appellant dat hij het besluit niet zou hebben ontvangen.

De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen na een zitting op 6 april 2011 en de uitspraak is op 18 mei 2011 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

10/2617 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 21 april 2010, 09/1901 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 mei 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011. Appellant is verschenen bij gemachtigde mr. Brauer. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij brief van 15 oktober 2008 is appellant door het Uwv in kennis gesteld van een besluit, waarbij aan hem met ingang van 3 november 2008 geen uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeisvermogen (Wet WIA) is toegekend.
2. Bij bezwaarschrift van 15 juli 2009 is namens appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van 15 oktober 2008.
3. Bij besluit van 2 oktober 2009 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en appellant alsnog wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen het besluit van 15 oktober 2008. Gelet op de beschikbare gegevens, waarvan in het bijzonder de in het journaal van de huisarts d.d. 13 mei 2009 gemaakte aantekening van een spreekuurcontact op 20 oktober 2008, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een ongeloofwaardige ontkenning door appellant van de ontvangst van het besluit van
15 oktober 2008. Gelet op het samenstel van onderliggende feiten en omstandigheden staat naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam vast dat appellant reeds op 20 oktober 2008 kennis droeg van het besluit van 15 oktober 2008.
5. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Met name voormelde aantekening in het journaal van de huisarts, luidende “20-10-2008 brief UWV Patient is arbeidsongeschikt voor huidige werk reintegratie?? Wel veel beperkingen” wijst erop dat appellant op dat moment kennis droeg het besluit van 15 oktober 2008. De term re-integratie staat wel in het besluit van 15 oktober 2008, maar niet in de brief van de arbeidsdeskundige van 14 oktober 2008 zodat aannemelijk is dat appellant bij het bezoek aan zijn huisarts op 20 oktober 2008 van dat besluit kennis droeg. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt geen reden voor een ander oordeel.
6. Uit hetgeen is overwogen onder 5 volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2011.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) R.L. Venneman.
TM