ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5062

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2919 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante, die sinds 1996 een WAO-uitkering ontving wegens psychische klachten, werd geconfronteerd met een besluit van het UWV tot intrekking van haar uitkering per 5 augustus 2008, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij zich kon vinden in de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV.

In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren tegen de medische vaststelling en stelde zij dat zij niet geschikt was voor de voorgestelde functies, mede vanwege haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal. De Raad overwoog dat de medische beoordeling juist en voldoende onderbouwd was en dat er geen reden was om de geschiktheid voor de functies te betwijfelen. De Raad stelde vast dat appellante geacht mag worden de Nederlandse taal op NT1-niveau te beheersen, het laagst vereiste niveau bij inburgering.

De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

10/2919 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 16 april 2010, 09/226 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 mei 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011, waar appellante en haar raadsman met schriftelijke kennisgeving niet zijn verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. I. Hut.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante heeft zich op 22 juli 1996 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet bij een van de rechtsvoorgangers van het Uwv ziekgemeld wegens psychische klachten. Per einde wachttijd is haar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%.
2.1. Het beroep van appellante richt zich tegen het besluit van 21 november 2008 (hierna: bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 4 juni 2008. Daarbij is de WAO-uitkering van appellante met ingang van 5 augustus 2008 ingetrokken, op de grond dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.
2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
3. In hoger beroep heeft appellante haar eerdere stellingen herhaald dat de medische beperkingen onjuist zijn vastgesteld en dat zij niet geschikt is om de geduide functies te vervullen. Aanvullend heeft appellante gewezen op de hoge frequentie reiken in de functie productiemedewerker industrie (Sbc-code 111180) en haar gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Voor wat betreft de medische grondslag van het bestreden besluit kan de Raad zich geheel verenigen met hetgeen de rechtbank omtrent de medische beoordeling van het Uwv heeft overwogen. Ook de Raad ziet geen aanknopingspunten om de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsartsen met betrekking tot de belastbaarheid van appellante onjuist te achten, nu voldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek naar de klachten heeft plaatsgevonden en appellante voor haar stellingen geen medische onderbouwing heeft gegeven.
4.2. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen aanleiding voor de veronderstelling dat de in aanmerking genomen functies in medisch opzicht niet geschikt zijn voor appellante. Wat betreft de frequentie reiken in de functie productiemedewerker industrie, stelt de Raad met het Uwv vast dat in deze functie de normaalwaarde 1200x per uur reiken is en dat appellante in de Functionele Mogelijkhedenlijst op dit aspect niet beperkt is geacht.
4.3. De Raad is voorts van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige bij rapport van 27 oktober 2009, hetgeen met betrekking tot de Nederlandse taalbeheersing van appellante naar voren is gebracht, afdoende heeft weerlegd. Appellante mag geacht worden, gelet op de duur van haar verblijf in Nederland, op NT1 niveau de Nederlandse taal te beheersen, zijnde het laagst vereiste niveau bij de inburgering in Nederland.
4.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2011.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M.A. van Amerongen.
EK