ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6602
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over ontslag ambtenaar gemeente Boxmeer
Betrokkene was sinds 1 januari 2001 werkzaam bij de gemeente Boxmeer en kreeg per 1 juni 2009 ontslag op grond van artikel 8:8, eerste lid, van de CAR/UWO vanwege het opheffen van zijn functie en het ontbreken van een passende herplaatsing door zijn niet-coöperatieve houding. Betrokkene maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het ontslagbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk, maar gaf betrokkene wel gelijk in het beroep tegen het tweede besluit en vernietigde het ontslagbesluit.
Verzoeker, de gemeente Boxmeer, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak te schorsen. De voorzieningenrechter overwoog dat het instellen van hoger beroep geen schorsende werking heeft en dat het risico van uitvoering bij het bestuursorgaan ligt. Er was geen sprake van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigde, omdat uitvoering van de uitspraak geen onoverkomelijke financiële of organisatorische problemen voor de gemeente oplevert.
Ook het argument dat betrokkene bij vernietiging van de uitspraak het salaris vanaf 1 juni 2009 zou moeten terugbetalen, werd niet als spoedeisend belang gezien. Daarnaast was er geen bijzonder verhaalsrisico. De voorzieningenrechter veroordeelde verzoeker tot betaling van de proceskosten van betrokkene en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.