ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving sinds 1987 een WAO-uitkering vanwege rugklachten, met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. In 2008 vond een heronderzoek plaats, waarna het UWV besloot de uitkering per 26 april 2009 te herzien naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, met name dat hij meer beperkt zou zijn dan aangenomen. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beperkingen en arbeidskundige geschiktheid voldoende waren vastgesteld. Ook de stelling dat appellant de Nederlandse taal onvoldoende beheerst werd verworpen, gelet op zijn langdurige verblijf en werkervaring in Nederland.
De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 1 juni 2011 in het openbaar gedaan door voorzitter J. Riphagen en griffier T.J. van der Torn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd.