ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid ondanks psychische klachten
Appellante ontving vanaf 1999 tot 2005 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Deze werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na een periode van WW en ZW-uitkering verklaarde een verzekeringsarts haar per november 2007 arbeidsgeschikt voor ten minste één van de voorgehouden functies. Het Uwv weigerde verdere uitkering, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gezondheid slechter was dan aangenomen en dat zij onterecht arbeidsgeschikt werd verklaard zonder medische verbetering. De Raad onderschreef de rechtbank en het oordeel van de verzekeringsartsen dat appellante ondanks haar klachten in staat is de functies te verrichten. Nieuwe medische gegevens werden niet ingebracht.
De Raad merkte op dat de beoordeling niet ziet op alle functies uit de WAO-beoordeling, maar op het kunnen verrichten van ten minste één functie. Proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante arbeidsgeschikt is voor ten minste één van de voorgehouden functies.