ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7379
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 22 maart 2010 te beëindigen omdat hij geschikt werd geacht om te werken. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om zijn uitkering direct te hervatten.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat voor het treffen van een voorlopige voorziening sprake moet zijn van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. Verzoeker heeft echter geen stukken overgelegd die een financiële noodsituatie onderbouwen en heeft ook geen bijstand aangevraagd. Daarnaast verklaarde hij dat zijn echtgenote inkomsten heeft en hij door familie wordt ondersteund.
Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen zwaarwegend belang is dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend financieel belang.