ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een allround elektromonteur, viel uit wegens peesletsel en psychische decompensatie. Het UWV stelde dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het besluit gebaseerd was op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn aandoeningen zoals ADD, persoonlijkheidsstoornis en een belastende thuissituatie hem verhinderen loonvormende arbeid te verrichten. Hij stelde dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hadden gehouden met zijn beperkingen en wees op medische rapporten en een indicatiebesluit voor begeleiding.
De Raad overwoog dat de rechtbank de gronden van appellant juist had beoordeeld en dat de medische rapporten geen aanleiding gaven om het standpunt van het UWV te verwerpen. De geselecteerde functies waren passend en medisch geschikt. De verklaring van de cardioloog had geen betrekking op de situatie ten tijde van het geschil. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.