ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7837

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-2999 AW-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • I. Mos
  • H.A.A.G. Vermeulen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen stopzetting bezoldiging na ontslag ambtenaar

Verzoekster, een ambtenaar met zorg voor twee jonge kinderen, was geconfronteerd met een ontslagbesluit dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk was genomen. Na vernietiging van het eerste ontslagbesluit bleef verzoekster haar bezoldiging ontvangen. Het college handhaafde het ontslag bij een nieuw besluit, waarna de bezoldiging werd doorbetaald. Vervolgens besloot het college op 5 april 2011 de betaling van de bezoldiging met terugwerkende kracht te staken, stellende dat sprake was van een abusievelijke doorbetaling.

Verzoekster verzocht om schorsing van dit besluit, omdat zij zonder inkomsten zat en de financiële zorg droeg voor haar twee jonge kinderen. De Raad oordeelde dat het onderzoek naar de houdbaarheid van het ontslagbesluit en de aangevallen uitspraak pas in de bodemprocedure kan plaatsvinden, die naar verwachting pas over enkele maanden zal plaatsvinden.

Gezien het volledige gemis van inkomsten en het financiële belang van verzoekster, en het relatief beperkte restitutierisico voor het college, besloot de Raad de voorlopige voorziening toe te wijzen. De werking van het besluit van 5 april 2011 werd geschorst en het college werd opgedragen de bezoldiging aan verzoekster te betalen alsof er geen ontslag was verleend. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het college wordt opgedragen de bezoldiging aan verzoekster te betalen alsof er geen ontslag is verleend.

Uitspraak

11/2999 AW-VV
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak van de
voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep
inzake het verzoek van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoekster),
in verband met het hoger beroep van:
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk (hierna: college)
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar van 11 mei 2010, 10/244 en 10/597 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoekster
en
het college
Datum: 6 juni 2011
De beslissing luidt:
Wijst het verzoek van verzoekster om voorlopige voorziening toe;
Schorst de werking van het jegens verzoekster genomen besluit van het college van 5 april 2011 betreffende bezoldiging en terugvordering;
Draagt het college op aan verzoekster haar bezoldiging te betalen als was aan haar geen ontslag verleend;
Veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster, begroot op € 874,- aan kosten van rechtsbijstand en op € 24,60 aan reiskosten;
Bepaalt dat het college aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht van € 152,- vergoedt.
Deze beslissing is als volgt gemotiveerd.
1. Bij de aangevallen uitspraak is de handhaving door het college van een aan verzoekster verleend strafontslag vernietigd. Verzoekster bleef in het genot van haar bezoldiging. Nadat het college het verleende ontslag opnieuw - met een vergelijkbare motivering - heeft gehandhaafd bij besluit van 19 oktober 2010 (hierna: nieuw ontslagbesluit), is de bezoldiging doorbetaald. Bij besluit van 5 april 2011 heeft het college besloten de betaling van de bezoldiging per april 2010 te staken. Het college acht sprake van een abusievelijke doorbetaling nu verzoekster daarop na het nieuwe ontslagbesluit geen aanspraak meer had. Verzoekster heeft zich gekeerd tegen het nieuwe ontslagbesluit en tegen het besluit van 5 april 2011; zij verzoekt dit laatste besluit te schorsen, kennelijk met het oogmerk weer aanspraak te hebben op bezoldiging.
2. De beantwoording van de vraag naar de houdbaarheid van de aangevallen uitspraak en, zo nodig, van het nieuwe ontslagbesluit vergt een onderzoek dat pas in de bodemprocedure goed kan plaatsvinden. De behandeling ter zitting daarvan kan naar verwachting over enkele maanden plaatsvinden.
3. Daarom komt het nu aan op de vraag of, gelet op de betrokken belangen, onverwijlde spoed het treffen van een (voorlopige) voorziening vereist.
4. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Als gevolg van het volledige gemis van inkomsten weegt het financiële belang van verzoekster, die de (financiële) zorg heeft voor twee jonge kinderen, zwaarder dan het belang van het college dat gelegen is in een relatief beperkt restitutierisico, mocht over enkele maanden blijken dat (ook) die bezoldiging onverschuldigd is betaald.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier. De voorzieningenrechter.
(get.) I. Mos. (get.) H.A.A.G. Vermeulen.