ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten als zelfstandig stukadoor
Appellant ontving een WAO-uitkering die per 1 juni 2009 werd beëindigd vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant over de periode 1 januari 2007 tot 1 januari 2008 onterecht een hogere uitkering ontving, omdat hij inkomsten had uit werkzaamheden als zelfstandig stukadoor. Hierdoor werd de uitkering verlaagd en werd terugvordering van € 13.887,16 opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat zijn inkomsten tot verrekening van de uitkering konden leiden. Het rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel stonden de terugvordering niet in de weg, mede omdat de definitieve belastingaanslag pas laat bij het UWV bekend was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant verplicht was zijn inkomsten te melden en dat het UWV terecht de uitkering had verlaagd. Ook was er geen dringende reden om van terugvordering af te zien, hoewel rekening werd gehouden met de financiële positie van appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.