ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel UWV wegens weigering passende arbeid bij WIA-uitkering
Appellant, een voormalig internationaal chauffeur, kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een bedrijfsongeval en het staken van werkzaamheden wegens rugklachten, bood zijn werkgever hem passende arbeid aan. Appellant weigerde deze werkzaamheden te aanvaarden, waarna het UWV een maatregel oplegde waardoor de uitkering niet werd uitbetaald.
De rechtbank oordeelde dat de aangeboden arbeid passend was en dat appellant zijn verplichting uit artikel 30 WIA Pro niet was nagekomen. In hoger beroep betwistte appellant het medisch onderzoek en de passendheid van de werkzaamheden, waaronder de reisafstand.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gedegen was, en dat de beperkingen van appellant juist zijn meegenomen. Ook is de arbeid passend geacht, mede gezien de reisafstand die binnen de medische beperkingen valt. De maatregel van het UWV wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: De maatregel van het UWV wordt bevestigd en de loongerelateerde WGA-uitkering wordt niet uitbetaald wegens het niet aanvaarden van passende arbeid.