ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstand wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving bijstand over een lange periode, die het College bij besluit van 26 september 2006 herzag en introk, met terugvordering van €94.038,64. Appellant diende pas op 17 september 2009 een bezwaarschrift in tegen dit besluit, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Hij voerde aan dat hij het besluit niet had ontvangen vanwege zijn detentie.
Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening, en de rechtbank bevestigde dit. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat het besluit niet op de juiste wijze was bekendgemaakt en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De Raad oordeelde dat het besluit correct was aangetekend naar het woonadres van appellant, conform de gemeentelijke basisadministratie. Appellant was verantwoordelijk voor het treffen van voorzieningen om zijn post te ontvangen tijdens zijn detentie. Het College kon niet weten dat appellant zijn post in de gevangenis wilde ontvangen, aangezien appellant dit niet had gemeld en zelfs post van de gemeente op zijn woonadres ontving.
Daarom was het bezwaar niet tijdig ingediend en was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.