ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bolt
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens herstel arbeidsgeschiktheid volgens maatstaf arbeid Wsw
Appellant was ziekgemeld per 4 februari 2008 terwijl hij voorheen productiewerkzaamheden verrichtte in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Het UWV beëindigde op 13 maart 2008 zijn recht op ziekengeld omdat hij niet langer ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid, waarbij het UWV de maatstaf van het laatst verrichte Wsw-werk hanteerde.
Appellant voerde aan dat deze maatstaf onjuist was omdat het specifieke kenmerk van Wsw-werk, zoals het ontbreken van tempodruk, buiten beschouwing moest worden gelaten. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond en ook de Centrale Raad van Beroep zag geen aanleiding om het standpunt van het UWV te verwerpen.
De Raad onderschreef de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts dat appellant op 14 maart 2008 vanwege medisch objectiveerbare beperkingen niet was verhinderd zijn arbeid te verrichten. Nieuwe medische informatie over een latere Wsw-indicatie werd niet relevant geacht omdat deze na de datum van het besluit lag.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld omdat appellant niet meer ongeschikt is voor zijn arbeid volgens de maatstaf van zijn laatst verrichte Wsw-werk.