ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verhuiskostenvergoeding op grond van Wmo wegens ontbreken aantoonbare beperkingen
Appellant heeft op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een verhuiskostenvergoeding aangevraagd wegens vermeende beperkingen bij het traplopen naar zijn woning op de eerste etage van een flat. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden in de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, die vereist dat er aantoonbare beperkingen zijn bij het normale gebruik van de woning.
Na bezwaar liet het College zich adviseren door het Centrum Indicatiestelling Zorg (Ciz), dat concludeerde dat appellant in staat is een trap te belopen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het College zorgvuldig had gehandeld en dat appellant zijn stellingen niet ondersteunde met objectieve en verifieerbare gegevens.
In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat hij belemmeringen ondervindt bij het traplopen, maar slaagde er wederom niet in dit te onderbouwen met objectieve gegevens. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de aanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag voor verhuiskostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van aantoonbare beperkingen bij het traplopen.