ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief over medewerkingsverplichting WWB
Appellante, ontvanger van bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), ontving een brief van het College waarin haar medewerkingsverplichtingen werden herhaald en een nader arbeidsintegratieonderzoek werd aangekondigd. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, stellende dat deze wel rechtsgevolgen heeft omdat het College een verplichting wilde opleggen.
Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief van 24 september 2008 van informatieve aard was en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de brief geen rechtshandeling inhoudt en slechts een herhaling is van de reeds bestaande verplichtingen uit artikel 9 van Pro de WWB.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze beoordeling. De brief brengt geen wijziging in de rechtspositie van appellante mee en is niet gericht op rechtsgevolg. Het bezwaar was daarom niet gericht tegen een besluit en is niet-ontvankelijk. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd omdat de brief geen besluit is en het bezwaar niet-ontvankelijk is.