ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij verhuur marktkramen
Appellant ontving sinds 1995 bijstand en huurde van 1998 tot 2006 een of meer kramen op een bazaar. Hij meldde dit niet aan het College, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde. Het College trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug.
Appellant voerde aan dat hij de formulieren door een medewerker had laten invullen en dat hij niets verdiende omdat hij de kramen slechts tegen kostprijs verhuurde. Hij stelde dat het College had moeten beoordelen of er een dringende reden was om af te zien van terugvordering.
De Raad oordeelde dat appellant het College had moeten informeren over de kramen en de financiële aspecten, en dat hij geen deugdelijke administratie had overgelegd. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De gevorderde leeftijd en het hoge bedrag vormden geen dringende reden om terugvordering achterwege te laten.
De Raad bevestigde het besluit van het College en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.