ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering leenbijstand na betwisting aflossingen
Appellante ontving in 1995 leenbijstand voor woninginrichting en werd later geconfronteerd met terugvorderingen wegens verzwegen inkomsten. Het College stelde de aflossingscapaciteit vast en verlaagde de vordering na bezwaar deels. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het College voldoende inzicht had gegeven in de gevorderde bedragen en de aflossingen.
In hoger beroep betwistte appellante de hoogte van de vorderingen en stelde dat het College onvoldoende onderbouwing had gegeven, ook inzake de aflossingen van haar ex-echtgenoot. De Raad concludeerde dat het College met een gemotiveerde berekening inzicht had verschaft in de aflossingen tussen 2001 en 2007, en dat het aan appellante was om bewijs te leveren van hogere aflossingen, wat niet is gebeurd.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 juni 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs van hogere aflossingen.