ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant had een WAO-uitkering die per 29 juni 2004 was ingetrokken. Naar aanleiding van een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 30 juni 2004, weigerde het UWV de heropening van deze uitkering omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en hechtte vooral waarde aan het medisch oordeel van psychiater Koerselman, die concludeerde dat er geen ernstige beperkingen waren in het persoonlijk en sociaal functioneren.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische beperkingen en dat er relevante ontwikkelingen waren die een toename van arbeidsongeschiktheid aantonen. De Raad overwoog dat appellant in hoger beroep slechts eerdere gronden herhaalde zonder deze met nieuwe medische gegevens te onderbouwen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en de bevindingen van bezwaarverzekeringsarts P. Eken, die de visie van psychiater Koerselman bevestigde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af. Daarmee blijft de weigering tot heropening van de WAO-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te heropenen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.