ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie
Appellant ontving bijstand vanaf mei 2005 en werd verdacht van fraude vanwege onduidelijkheden over zijn woonadres. Tijdens het onderzoek bleek dat hij sinds februari 2008 geen gas en elektra meer had op het opgegeven adres en dat hij vooral bij anderen verbleef. Het College trok daarom de bijstand per 1 december 2008 in. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de appellant ging in hoger beroep.
De Raad stelde vast dat appellant zijn hoofdverblijf niet had op het opgegeven adres en dat hij onvoldoende informatie had verstrekt over zijn verblijf op andere adressen. Hoewel appellant verklaarde bij anderen te verblijven, gaf hij geen verifieerbaar overzicht van zijn woonsituatie. Tevens had hij het College niet tijdig geïnformeerd over deze wijziging, wat een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 17 WWB Pro is.
De Raad oordeelde dat het College terecht de bijstand had ingetrokken op grond van artikel 54, derde lid, WWB. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 1 december 2008 wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.