ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9531

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1316 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering van AOW-uitkering op basis van tijdige aanmelding voor vrijwillige verzekering

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 24 juni 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellante, die de Marokkaanse nationaliteit bezit en in Marokko woont. Appellante had eerder een beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat haar niet toeliet tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Svb had in een besluit van 20 november 2008 geweigerd om appellante toe te laten tot deze verzekering, omdat zij zich niet tijdig had aangemeld. Dit besluit was eerder door de rechtbank Amsterdam ongegrond verklaard, wat appellante ertoe bracht om in hoger beroep te gaan.

De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn overwegingen de feiten en omstandigheden van de zaak opnieuw bekeken. Appellante stelde dat haar echtgenoot vóór 1 oktober 2006 een kantoor van de Svb had bezocht om haar aan te melden voor de vrijwillige verzekering. Echter, de Raad oordeelde dat appellante er niet in was geslaagd om aannemelijk te maken dat zij tijdig was aangemeld. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de eerdere uitspraak.

De uitspraak benadrukt het belang van tijdige aanmelding voor de vrijwillige verzekering voor de AOW en de gevolgen van het niet kunnen aantonen van deze aanmelding. De Raad concludeerde dat er geen termen aanwezig waren voor een proceskostenveroordeling, en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier, en werd openbaar uitgesproken op dezelfde datum.

Uitspraak

10/1316 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2010, 09/687 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 24 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K.J.T.M. Hehenkamp, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2011. Appellante is daar verschenen bij mr. K.J.T.M. Hehenkamp, voornoemd. De namens appellante aangekondigde getuige is niet meegebracht.
De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante heeft de Marokkaanse nationaliteit en woont sinds haar geboorte [in] 1947, ononderbroken in Marokko. Sinds 1962 is appellante gehuwd met [B.], geboren [in] 1943, die eveneens de Marokkaanse nationaliteit bezit en sinds 1970 in Nederland woont.
1.2. Bij besluit van 6 oktober 2008 heeft de Svb met ingang van juli 2008 op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) een ouderdomspensioen en een partnertoeslag toegekend aan de echtgenoot van appellante. Daarbij is op het ouderdomspensioen een korting toegepast van 24% wegens 12 niet verzekerde jaren, terwijl op de partnertoeslag een korting is toegepast van 92% wegens 46 niet verzekerde jaren.
1.3. Bij besluit van 20 november 2008 heeft de Svb geweigerd om appellante toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW. Het bezwaar daartegen is bij besluit van 8 januari 2009 (hierna: besluit op bezwaar) ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat appellante zich niet tijdig heeft aangemeld voor een vrijwillige verzekering voor de AOW op grond van het per 1 november 2004 gewijzigde Algemeen Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen Nederland en Marokko, aangezien de Svb pas na 1 oktober 2006 een daartoe strekkende aanvraag heeft ontvangen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat vóór 1 oktober 2006 een vrijwillige verzekering voor de AOW voor haar is aangevraagd.
3.1. In hoger beroep heeft appellante opnieuw gesteld dat haar echtgenoot al vóór 1 oktober 2006 een kantoor van de Svb heeft bezocht en appellante toen heeft aangemeld voor de vrijwillige verzekering voor de AOW.
3.2. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigde overwegingen en maakt deze geheel tot de zijne. Aan de overwegingen van de rechtbank voegt de Raad slechts toe dat appellante er ook in hoger beroep niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat zij tijdig is aangemeld voor de vrijwillige verzekering voor de AOW.
4. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep van appellante niet.
De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2011.
(get.) H.J. Simon.
(get.) N.S.A. El Hana.
NK