ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terugwerkende kracht voor vrijwillige AOW-verzekering na remigratie
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 24 juni 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant, die verzocht om met terugwerkende kracht toegelaten te worden tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW). Appellant, geboren in 1941, heeft vanaf 1965 in Nederland gewoond en gewerkt, maar is in 1983 naar Marokko geremigreerd. In 2006 heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) hem een ouderdomspensioen toegekend, waarbij een korting van 62% is toegepast wegens niet verzekerde jaren. Appellant heeft in 2008 verzocht om terugwerkende kracht voor de vrijwillige AOW-verzekering, maar dit verzoek is afgewezen omdat het niet tijdig was ingediend. De Svb stelde dat de verplichte verzekering van appellant eindigde op 1 januari 1984 en dat de aanmelding voor de vrijwillige verzekering binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering moest plaatsvinden.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen het besluit van de Svb ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant opnieuw aangevoerd dat de Svb hem niet heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een vrijwillige verzekering af te sluiten. De Raad heeft echter geoordeeld dat onbekendheid met de wet op zichzelf niet leidt tot een verschoonbare overschrijding van de aanmeldtermijn. De Raad benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van appellant was om zijn pensioenrechten na remigratie in de gaten te houden en tijdig een vrijwillige verzekering aan te vragen.
De Raad heeft de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd en geen termen aanwezig geacht voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.