ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij nabestaandenpensioen
Appellante, woonachtig in Peru, had bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) betreffende de afwijzing van haar aanvraag voor een nabestaandenpensioen en de toekenning van een overlijdensuitkering. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Appellante beriep zich op de Peruaanse berekeningswijze van termijnen, waarbij werkdagen worden geteld, en stelde dat haar bezwaar daardoor tijdig was.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het bezwaar te laat was en dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar was. In hoger beroep stelde appellante nieuwe bewijsstukken te hebben overgelegd die de tijdige verzending zouden aantonen. De Raad stelde vast dat het bezwaar gericht was tegen besluiten van de Svb, maar dat een van de besluiten afkomstig was van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), waartegen geen bezwaar bij de Svb kon worden gemaakt.
De Raad concludeerde dat het bezwaar tegen het besluit van 23 februari 2009 niet tijdig was ingediend en dat de stukken over verzending geen ander oordeel rechtvaardigden. Onbekendheid met de Nederlandse beroepstermijnen en het hanteren van Peruaanse termijnen leveren geen verschoonbaarheid op. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.