ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens niet-tijdige indiening beroep tegen afwijzing ANW-uitkering
Appellante heeft een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot. Dit verzoek werd afgewezen omdat haar echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden. Tegen dit besluit en een later besluit tot afwijzing van een verzoek om postume vrijwillige verzekering heeft appellante bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard.
Appellante stelde vervolgens beroep in tegen het besluit van 8 juli 2009, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. De Raad stelde vast dat het besluit aangetekend was verzonden en dat de beroepstermijn daarom op de dag na afstempeling van de post begon te lopen. Aangezien appellante het beroep pas na deze termijn indiende, werd het beroep als niet-tijdig en dus niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad verwierp de stelling van appellante dat de aangetekende zending niet op de gebruikelijke wijze was verwerkt en oordeelde dat de gevolgen van het niet tijdig afhalen van aangetekende post voor rekening van appellante komen. Er waren geen feiten of omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.