ECLI:NL:CRVB:2011:BR0135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten rechtsbijstand bij loonsuppletie onder BBWO
Appellant heeft bij besluit van 3 december 2008 een loonsuppletie toegekend gekregen onder het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs (BBWO). Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, waarbij de minister deels tegemoet kwam in de hoogte van de loonsuppletie, maar het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de einddatum van de loonsuppletie juist was vastgesteld. Tevens werd geoordeeld dat de kosten van rechtsbijstand niet vergoed konden worden, omdat appellant zelf het bezwaarschrift had opgesteld, er geen hoorzitting had plaatsgevonden en de werkzaamheden van de gemachtigde niet onder het Besluit proceskosten bestuursrecht vielen.
In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend op de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase. De Raad stelde vast dat het tweede bezwaarschrift, ingediend door de gemachtigde, geen nieuwe gronden bevatte en slechts een herhaling was van het eerste bezwaarschrift. Ook vond geen hoorzitting plaats, aangezien telefonisch werd aangegeven dat daaraan geen behoefte was.
De Raad concludeerde dat het aanvullende bezwaarschrift niet kwalificeert als een proceshandelingenbezwaarschrift in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarom faalt het hoger beroep en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep faalt; geen vergoeding van kosten rechtsbijstand in bezwaarfase onder BBWO.