ECLI:NL:CRVB:2011:BR0138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek plaatsmakersregeling met terugwerkende kracht voor hogere FPU-uitkering
Appellant, werkzaam bij de RET als senior vervoersleider in functiegroep C/D, verzocht in 2005 om aangemerkt te worden als plaatsmaker, wat recht geeft op een hogere FPU-uitkering. Bij besluit van 29 mei 2006 en later 6 maart 2009 werd dit verzoek afgewezen omdat op grond van de verruimde plaatsmakersregeling alleen de oudste medewerker uit functiegroep C/D hiervoor in aanmerking kwam. Appellant stond als tweede op de lijst en had geen recht op deze regeling.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college een redelijke beleidskeuze had gemaakt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat niet was aangetoond dat andere collega’s via de regeling waren uitgestroomd. Ook het beroep op overschrijding van de redelijke termijn werd verworpen omdat de procedure juridisch korter duurde dan appellant stelde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellant geen aanspraak kon maken op het predikaat plaatsmaker. De formele aanstelling in functiegroep B of C/D was bepalend voor de selectie. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het besluit konden wijzigen. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om met terugwerkende kracht als plaatsmaker te worden aangemerkt wordt afgewezen.