ECLI:NL:CRVB:2011:BR0142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij uitkeringsgeschil
Appellant had een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet en een bovenwettelijke uitkering toegekend gekregen, die later werden ingetrokken omdat werd geoordeeld dat hij op de betreffende datum geen nieuw recht had opgebouwd. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd ongegrond verklaard door de minister en het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk een nieuw recht had opgebouwd en dat hij onterecht werd gewezen op het ontbreken van een beroep tegen het UWV-besluit. Tijdens de procedure werd duidelijk dat het UWV inmiddels een arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht had toegekend, waardoor geen recht meer bestond op de WW- en bovenwettelijke uitkering.
De Raad concludeerde dat appellant hierdoor geen procesbelang meer had bij het hoger beroep, ondanks de stelling dat de besluitvorming rommelig was. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.