ECLI:NL:CRVB:2011:BR0162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake haar WAO-uitkering. Tijdens het proces heeft het UWV het bestreden besluit hersteld en geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht zij de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die in hoger beroep waren gemaakt.
De Raad stelde vast dat de tegemoetkoming door het UWV recht gaf op proceskostenvergoeding conform artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet. De rechtbank had reeds proceskosten in eerste aanleg toegewezen, zodat de Raad alleen over de in hoger beroep gemaakte kosten hoefde te beslissen.
De Raad begrootte de proceskosten op € 1127,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep en veroordeelde het UWV tot betaling van € 4026,44 aan appellante. Daarbij werd ook een forfaitaire vergoeding toegekend voor het rapport van de neuroloog en werd een bedrag van € 625,-- voor het neuropsychologisch onderzoek in eerste aanleg toegewezen. Administratiekosten, portokosten en BTW kwamen niet voor vergoeding in aanmerking.
De uitspraak werd gedaan door rechter T. Hoogenboom en griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen op 1 juli 2011.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 4026,44 aan proceskosten aan appellante.