ECLI:NL:CRVB:2011:BR0187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 17-jarige leeftijd
Appellante, geboren op 8 januari 1962, vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van arbeidsongeschiktheid op haar 17e verjaardag, 8 januari 1979. Het UWV weigerde de uitkering omdat niet is vastgesteld dat zij toen zodanig beperkt was dat zij niet 75% van het minimumjeugdloon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de aanspraak beoordeeld moest worden op basis van de destijds geldende Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).
Appellante voerde in hoger beroep medische verklaringen aan van een cardioloog en psychiater, maar de Raad concludeerde dat deze geen nieuwe inzichten boden die het eerdere standpunt konden wijzigen. De bezwaarverzekeringsarts stelde dat de frequentie en ernst van de klachten rond haar 17e niet konden worden vastgesteld en dat de beperkingen niet met een Functionele Mogelijkheden Lijst in beeld konden worden gebracht.
De Raad benadrukte dat het niet beslissend is of appellante destijds cardiologische afwijkingen of ADHD had, maar of zij daardoor zodanig beperkt was dat zij niet 75% van het minimumjeugdloon kon verdienen. Door het late indienen van de aanvraag ontbraken medische gegevens uit die periode, een risico dat appellante voor haar rekening moet nemen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.