ECLI:NL:CRVB:2011:BR1150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onjuiste opgave woonadres
Appellant vroeg op 19 februari 2008 bijstand aan en gaf daarbij een adres in Amsterdam op als zijn hoofdverblijf. De gemeente Amsterdam voerde een onderzoek uit, waarbij bleek dat appellant slechts enkele dagen per week op dat adres verbleef en dat een derde persoon, [naam A.], de woning bewoonde. Appellant verklaarde dat hij sinds zijn terugkeer uit Suriname begin december 2007 deels elders verbleef en dat hij pas na vertrek van [naam A.] weer volledig in de woning zou gaan wonen.
De gemeente wees de aanvraag af omdat appellant geen hoofdverblijf had op het opgegeven adres en onjuiste informatie had verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de relevante periode woonachtig was op het opgegeven adres, mede omdat hij zijn persoonlijke bezittingen niet kon aantonen en zijn verklaring niet gemotiveerd betwistte.
De Raad benadrukte dat de aanvrager van bijstand verplicht is juiste en volledige informatie te verstrekken over zijn woonadres, omdat dit essentieel is voor de beoordeling van het recht op bijstand. Door de onjuiste opgave kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant geen hoofdverblijf had op het opgegeven adres.