ECLI:NL:CRVB:2011:BR1564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- B.J. van de Griend
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens wangedrag en misbruik van bevoegdheid als militaire meerdere
Appellant, sergeant der eerste klasse en pelotonscommandant, voerde een omvangrijk sms-verkeer met een vrouwelijke kanonnier, waarin hij onder meer vroeg naar seksuele tegenprestaties. Na een klacht van de kanonnier stelde de minister een onderzoek in en verleende appellant ontslag wegens wangedrag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenaren-reglement (AMAR).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant de grens van het onbetamelijke had overschreden en misbruik had gemaakt van zijn positie. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de voorbereiding van het besluit onzorgvuldig was en dat de minister bij de proportionaliteit van de maatregel onvoldoende rekening had gehouden met zijn intenties en de gevolgen van het ontslag.
De Raad overwoog dat het onderzoek zorgvuldig was verricht en dat het verzenden van de sms-berichten onbetwist was. Het wangedrag vormde een ernstige inbreuk op het recht van de kanonnier op een veilige werkomgeving. De Raad verwierp appellants beroep op het gelijkheidsbeginsel en benadrukte het misbruik van bevoegdheid. Gezien de ernst van het gedrag was het ontslag geen onevenredig zware maatregel.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een verzoek om vergoeding van proceskosten af. De beslissing werd genomen door voorzitter Vermeulen en leden Van de Griend en Van Thiel op 7 juli 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens wangedrag en misbruik van bevoegdheid als proportionele maatregel.