ECLI:NL:CRVB:2011:BR1575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens eigendom onroerende zaken en schending inlichtingenplicht
Appellant diende op 31 december 2008 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch wees deze aanvraag op 23 maart 2009 af en vorderde verstrekte voorschotten terug, omdat appellant volgens het College mede-eigenaar was van onroerende zaken in het buitenland en hierover geen inlichtingen had verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen eigenaar was van de onroerende zaken en dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan, onder meer door het IBF niet in te schakelen.
De Raad stelde vast dat uit een gerechtelijke machtiging in Marokko bleek dat appellant eigenaar was van twee onroerende zaken en mede-eigenaar van een derde. Hoewel appellant niet als eigenaar in het kadaster stond geregistreerd, is registratie in Marokko niet verplicht. Appellant leverde geen bewijs om de onderzoeksbevindingen te weerleggen.
De Raad oordeelde dat het op appellant rustte om feiten te stellen en aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand. Gezien zijn verblijf in Marokko had hij de mogelijkheid om gegevens te verzamelen, maar hij deed dit niet. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandaanvraag wegens eigendom van onroerende zaken en schending van de inlichtingenplicht.