ECLI:NL:CRVB:2011:BR1577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bijstand wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders waarin bijstand werd teruggevorderd over een periode van bijna vier jaar. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellante niet tijdig de gronden van het bezwaar had ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de termijn voor het indienen van de gronden onredelijk kort was. De Raad oordeelde dat het College het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard op een onjuiste wettelijke grondslag, omdat het bezwaar tijdig was ingediend, maar de gronden niet tijdig waren aangeleverd. De Raad vernietigde daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank.
Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat appellante reeds in december 2009 over voldoende informatie beschikte om haar gronden te formuleren en de termijn redelijk was. De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.