ECLI:NL:CRVB:2011:BR1664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzage plaatsings- en bevorderingsbesluiten ambtenaren
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen plaatsings- en bevorderingsbesluiten van voormalige collega’s L en B. Het college stelde dat appellant geen belanghebbende was bij deze besluiten en daarom geen inzage mocht krijgen. De rechtbank had het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belanghebbendheid.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het niet-zijn van belanghebbende geen gewichtige reden vormt om de kennisneming van de stukken te beperken op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad merkt op dat de vraag of appellant belanghebbende is bij de besluiten nog niet definitief is beslist en dat dit ook geen grond is voor beperking van inzage.
Daarnaast is de inhoud van de besluiten jegens L en B uitvoerig beschreven in de stukken die het college heeft overgelegd. Gezien deze omstandigheden is de Raad van oordeel dat er geen reden is om toepassing te geven aan artikel 8:29 Awb Pro. De kennisneming van de stukken wordt dus niet beperkt en de stukken worden teruggezonden aan het college.
Uitkomst: Beperking van de kennisneming van de plaatsings- en bevorderingsbesluiten van L en B is niet gerechtvaardigd.