ECLI:NL:CRVB:2011:BR2772

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1988 WSFBSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €112 binnen 28 dagen na verzending van de brief. Appellante verzocht om uitstel van betaling, maar dit werd afgewezen omdat de wet geen mogelijkheid tot uitstel biedt. De Raad constateerde dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Omdat er geen reden was om aan te nemen dat appellante niet in verzuim was, werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verder onderzoek. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

11/1988 WSFBSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 februari 2011, 09/1556 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep.
Datum uitspraak: 22 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 22 van Pro de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij brief van 7 april 2011 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 112,-- is verschuldigd, en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.
Bij schrijven van 2 mei 2011 heeft appellante verzocht om uitstel van betaling van het verschuldigde griffierecht in verband met nog te ontvangen stukken van de rechtbank.
Bij aangetekende brief van 9 mei 2011 is appellante meegedeeld dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid tot uitstel van betaling van het verschuldigde griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
De brief van 9 mei 2011 is bij de Raad op 6 juni 2011 retour ontvangen met de mededeling “niet afgehaald”. Uit controle van de GBA van de gemeente Rotterdam blijkt dat de brief naar het juiste, door appellante vermelde, adres is verzonden. Op 7 juni 2011 is de brief van 9 mei 2011 naar het adres van appellante gezonden en is meegedeeld dat er geen nieuwe termijn is gaan lopen voor het betalen van het griffierecht.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2011.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
RK