ECLI:NL:CRVB:2011:BR3519

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-991 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtWet op rechtsbijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang in WIA-zaak

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 20 april 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar, waarmee appellant zich kon verenigen en het geschil feitelijk was opgelost.

De Raad stelde vast dat er geen inhoudelijk geschil meer bestond dat door de Raad beslecht moest worden, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die in beroep en hoger beroep redelijkerwijs waren gemaakt. Het totale bedrag van €1.311,- wordt betaald aan de griffier van de Raad, en het door appellant betaalde griffierecht van €152,- wordt eveneens vergoed.

De uitspraak werd gedaan door rechter T. Hoogenboom en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 29 juli 2011.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

11/991 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 23 december 2010, 10/2707 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 29 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr.drs. M.L. Marcus-Daniëls, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 20 april 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 5 mei 2011 is namens appellant verzocht om een vergoeding van de gemaakte kosten.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 20 april 2011 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat hij zich met de nieuwe beslissing op bezwaar van 20 april 2011 kan verenigen en verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten.
2. Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
3. De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.311,-. Nu in beroep en in hoger beroep een toevoeging krachtens de Wet op rechtsbijstand is afgegeven, dient het bedrag van € 1.311,- te worden betaald aan de griffier van de Raad.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.311,-, te betalen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 152,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2011.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
EK