ECLI:NL:CRVB:2011:BR3530

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5407 WAO + 11-2886 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang in WAO-zaak

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen inzake een WAO-zaak. Tijdens het proces heeft de Raad het UWV opgedragen een gebrek in het besluit te herstellen, waarna het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar nam die inhoudelijk tegemoetkwam aan het beroep van appellant.

Omdat er geen inhoudelijk geschil meer bestond tussen partijen, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht door het UWV aan appellant werd vergoed.

De beslissing werd genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juli 2011, waarbij de behandeling ter zitting achterwege bleef met toestemming van partijen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het UWV wordt veroordeeld in proceskosten en vergoeding griffierecht.

Uitspraak

09/5407 WAO
11/2886 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 17 september 2009, 09/141 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 29 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. W.F.C. van Megen, advocaat te Schiedam, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2011.
De Raad heeft bij tussenuitspraak van 6 april 2011 het Uwv opgedragen het gebrek in het besluit van 2 februari 2009 te herstellen.
Het Uwv heeft op 9 mei 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 18 mei 2011 is namens appellant aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Het Uwv heeft bericht geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
De zaak is verwezen naar een enkelvoudige kamer.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat de behandeling van de zaak ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 mei 2011 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 mei 2011 inhoudelijk tegemoetkomt aan het beroep en dat appellant alleen nog aanspraak maakt op vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand en het betaalde griffierecht.
2. Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
3. De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 966,-;
Bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 151,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2011.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
EV