ECLI:NL:CRVB:2011:BR3570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en afwijzing bevordering senior penitentiair inrichtingswerker
Appellant, werkzaam als penitentiair inrichtingswerker sinds 1984, heeft meerdere malen geprobeerd te promoveren tot senior p.i.w.-er. Na een eerste afwijzing in 2003 wegens onvoldoende functioneren, volgde een geschiktheidstraject dat negatief werd beoordeeld. Een tweede traject werd aangeboden maar ook niet succesvol afgerond. In 2007 werd een beoordeling vastgesteld waarin appellant op diverse punten onvoldoende scoorde en werd hij niet bevorderd.
Appellant stelde in hoger beroep dat de beoordelingsprocedure niet correct was gevolgd en dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van collega’s die wel bevorderd werden. De Raad oordeelde dat het beoordelingsgesprek binnen de voorgeschreven termijn had plaatsgevonden en dat de aanwezigheid van informanten in plaats van beoordelaars bij het gesprek geen schending van procedurevoorschriften betekende. Tevens was appellant niet tijdig gehoord over zijn bezwaren, waardoor geen hoorplicht werd geschonden.
De Raad vond geen bewijs voor ongelijke behandeling of pesterijen door de dienstleiding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van appellant voor de functie van senior penitentiair inrichtingswerker wordt bevestigd.