ECLI:NL:CRVB:2011:BR4030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Ontheffing arbeidsverplichting wegens psychische klachten en mantelzorg onder WWB
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Gouda om hem niet langer te ontheffen van de arbeidsverplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende rekening had gehouden met de psychische klachten van appellant, zoals hypochondrische en angstklachten met agorafobie, en zijn mantelzorgtaken voor zijn echtgenote. Uit medische adviezen en rapportages bleek dat appellant zonder intensieve begeleiding beperkte arbeidsmarktkansen heeft en dat een voorzieningstraject noodzakelijk was.
Daarom had het College appellant ten tijde van het besluit nog niet de volledige arbeidsverplichting kunnen opleggen en had hij tijdelijk ontheffing moeten krijgen. De Raad vernietigde het besluit van 23 september 2009 en herroept het besluit van 14 februari 2008 voor zover het de arbeidsverplichting betreft.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de kosten van appellant voor bezwaar, beroep en hoger beroep, en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard en werd appellant tijdelijk ontheven van de volledige arbeidsverplichting onder de WWB.
Uitkomst: Het besluit van het College om appellant niet te ontheffen van de volledige arbeidsverplichting onder artikel 9 WWB wordt vernietigd en appellant wordt tijdelijk ontheven.