ECLI:NL:CRVB:2011:BR4033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering over 2007
Betrokkene stond onder bewind gesteld door de kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden sinds 11 januari 2007, waarbij Bewindvoering Zuidlaren B.V. als bewindvoerder werd benoemd. In oktober 2008 diende betrokkene via de bewindvoerder een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering over 2007 ter hoogte van €1.525,81. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf wees deze aanvraag af, stellende dat de kosten niet als noodzakelijke kosten in de zin van de WWB konden worden aangemerkt omdat de bewindvoerderskosten niet afwijkend waren vastgesteld door de kantonrechter.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het College, oordelend dat de gedeclareerde kosten wel als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35, eerste lid, WWB moesten worden beschouwd. Het College ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de betaling van een bijstandsuitkering niet kan worden beschouwd als netto-opbrengst van de onder bewind staande goederen zoals bedoeld in artikel 1:447 BW Pro. De Raad stelde vast dat de kantonrechter geen afwijkende regeling had getroffen, maar dat op basis van de Aanbevelingen van het Landelijk overleg kantonrechters (LOK) een forfaitaire beloning van €812,19 passend was. Deze kosten werden als noodzakelijk erkend, voortvloeiend uit de bijzondere omstandigheden van betrokkene. Omdat niet was gesteld of gebleken dat de werkzaamheden niet waren verricht, wees de Raad het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad herroept het besluit van 5 november 2008 en bepaalt dat betrokkene recht heeft op bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering over 2007 tot een bedrag van €812,19. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van betrokkene van €322. De uitspraak werd gedaan door R.H.M. Roelofs op 2 augustus 2011.
Uitkomst: Betrokkene krijgt bijzondere bijstand toegekend voor bewindvoeringskosten over 2007 tot €812,19.