ECLI:NL:CRVB:2011:BR4111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO- en Ziektewet-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, geboren in 1960, was sinds 1996 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2007 werd de WAO-uitkering beëindigd omdat betrokkene volgens de bezwaarverzekeringsarts belastbaar werd geacht voor passend werk, ondanks beperkingen door een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis.
De rechtbank had eerder de beëindiging van de uitkeringen vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het medische onderzoek en onvoldoende rekening houden met klachten en re-integratieadviezen. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de bezwaarverzekeringsarts de bevindingen van de psychiater Groenendijk voldoende heeft verwerkt en dat het UWV de belastbaarheid niet heeft onderschat.
De Raad stelt dat het advies om het werk qua uren op te bouwen een re-integratieadvies betreft en geen medische indicatie voor urenbeperking. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt en de belastbaarheid wordt niet overschreden. Ook de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 20 maart 2008 is terecht, omdat betrokkene niet ongeschikt is voor ten minste één van de WAO-functies.
Daarmee vernietigt de Raad de eerdere uitspraken van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond, waarmee de beëindiging van de WAO- en Ziektewet-uitkeringen stand houdt.
Uitkomst: De beëindiging van de WAO- en Ziektewet-uitkeringen is terecht en de beroepen worden ongegrond verklaard.