ECLI:NL:CRVB:2011:BR4224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na herziening WAO-uitkering
Appellanten, de erven van de betrokkene, stelden hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond werd verklaard. Het ging om de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO en de vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Het UWV nam op 24 januari 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de uitkering werd gehandhaafd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Tevens werden de kosten in bezwaar gedeeltelijk vergoed. Appellanten verzochten de Raad om ook de proceskosten in beroep en hoger beroep en de wettelijke rente over de na te betalen uitkering toe te wijzen.
De Raad stelde vast dat het belang van appellanten bij beoordeling van het bestreden besluit niet was vervallen omdat zij om wettelijke rente vroegen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente conform eerdere jurisprudentie. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep (€805), hoger beroep (€655,50) en het griffierecht (€152).
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellanten na vernietiging van het bestreden besluit.