ECLI:NL:CRVB:2011:BR4723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds september 2006 arbeidsongeschikt vanwege nek- en schouderklachten en heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV dat haar geen WIA-uitkering toekent omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een onjuiste medische grondslag had gehanteerd en gaf opdracht tot een nieuw besluit met inachtneming van een deskundigenrapport. Het UWV nam een nieuw besluit waarin beperkingen op het gebied van concentratie en aandacht werden opgenomen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML), maar handhaafde de weigering van de uitkering.
In hoger beroep stelde appellante dat het medicijngebruik onvoldoende was meegenomen en dat het toeslagelement in het uurloon van de functie schoonmaker hotel uit het loon moest worden gehaald om een juiste vergelijking te maken. De Raad oordeelde dat de nieuwe FML correct was opgesteld en dat de functie textielproductenmaker geschikt bleef. Ook het argument over het toeslagelement faalde omdat dit niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zou leiden.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.