ECLI:NL:CRVB:2011:BR4775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellante, voormalig inpakster groenten, meldde zich in 2000 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, welke in 2006 werd ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies.
In 2008 meldde appellante zich opnieuw ziek met toegenomen klachten. Na medisch onderzoek concludeerde de verzekeringsarts in 2009 dat haar beperkingen niet waren toegenomen en dat zij geschikt was voor ten minste één van de eerder genoemde functies. Het UWV beëindigde daarop haar Ziektewet-uitkering, wat door appellante werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had gemotiveerd waarom appellante geschikt was voor arbeid. In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt dat haar klachten worden onderschat, maar de Raad onderschrijft de eerdere overwegingen en bevestigt het besluit.
De Raad acht geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt het bestreden besluit. De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst op 10 augustus 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid.