ECLI:NL:CRVB:2011:BR4781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij fibromyalgie ondanks bezwaar
Appellante, met fibromyalgie en arbeidsongeschiktheid, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering met een urenbeperking van 32 uur per week. Na herbeoordelingen door het UWV werd de uitkering per 7 november 2006 aanzienlijk verlaagd, waarna een bezwaarprocedure volgde. Bij een latere herbeoordeling per 22 februari 2007 werd de uitkering deels hersteld.
Appellante voerde aan dat haar medische situatie niet was verbeterd en dat het UWV onterecht de urenreductie had ingetrokken, stellende dat dit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische rapportages van de bezwaarverzekeringsarts onderschreef.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het UWV bevoegd is om van standpunt te veranderen mits dit goed gemotiveerd is. De medische rapportages toonden aan dat er geen objectieve medische gronden waren voor een urenreductie en dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden door de voorgestelde functies. Appellante bracht geen nieuwe medische informatie in die twijfel zou kunnen zaaien over deze beoordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en handhaaft de intrekking van de urenreductie.