ECLI:NL:CRVB:2011:BR4788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en weigering herziening wegens voldoende belastbaarheid
Appellante, sinds december 2000 arbeidsongeschikt vanwege fibromyalgie en ß-thalassemie, kreeg een WAO-uitkering die in 2006 werd herbeoordeeld en ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Na diverse medische onderzoeken en bezwaarprocedures, ondersteund door rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, concludeerde het UWV dat appellante geschikt is voor bepaalde functies die passen bij haar beperkingen. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Raad de conclusies van de rechtbank en de deskundigen, oordeelt dat er geen reden is af te wijken van het oordeel dat appellante geschikt is voor de geduide functies en dat haar WAO-uitkering terecht is ingetrokken. Ook de weigering tot herziening van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een psychologische of psychiatrische expertise, aangezien de klachten medisch voldoende zijn onderzocht. De proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en weigert de herziening van de Ziektewet-uitkering wegens voldoende belastbaarheid en geschiktheid voor de geduide functies.