ECLI:NL:CRVB:2011:BR4794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid op 17-jarige leeftijd
Appellant diende op 8 mei 2009 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees deze aanvraag op 14 januari 2010 af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor jonggehandicapten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en beoordeelde de aanspraak aan de hand van de destijds geldende Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).
De rechtbank vond geen aanleiding om de medische bevindingen van verzekeringsartsen te betwijfelen, die niet konden vaststellen dat appellant op zijn 17e levensjaar arbeidsongeschikt was door psychische decompensatie. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij reeds in zijn jeugd psychische problemen had, ondersteund door een verklaring van een arts uit augustus 1984.
De Raad oordeelde echter dat het enkel onder psychiatrische behandeling staan na zijn 17e niet beslissend is; het gaat erom of appellant op zijn 17e zodanige arbeidsbeperkingen had dat hij niet 75% van het minimumloon kon verdienen. Dit was niet gebleken. Ook andere medische gegevens en het feit dat appellant een LTS-opleiding volgde zonder diploma, bevestigden dit oordeel. De Raad wees ook appellants stelling dat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot aanvraag van een uitkering af.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.