ECLI:NL:CRVB:2011:BR4796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was werkzaam als administratief medewerker en meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Het UWV besloot dat appellant vanaf 16 februari 2009 geen recht meer had op ziekengeld. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep, waarbij de rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep het medisch onderzoek en de rapportages van de verzekeringsartsen als voldoende zorgvuldig en gemotiveerd beoordeelden.
Appellant voerde aan dat zijn combinatie van lichamelijke en psychische klachten hem belemmerde in zijn arbeid, met name zijn chauffeurswerkzaamheden, vanwege de noodzaak van concentratie en frequent toiletbezoek. De Raad vond echter dat de bezwaarverzekeringsarts een juist en volledig beeld had van de aard en zwaarte van het werk en dat het medisch onderzoek geen aanleiding gaf tot wijziging van het standpunt dat appellant in staat was tot arbeid.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geen reden gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier N.S.A. El Hana op 10 augustus 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.