ECLI:NL:CRVB:2011:BR4799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging recht op ziekengeld wegens herstel voor eigen werk
Appellante was sinds 1993 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en had een WAO-uitkering. Na herziening werkte zij vanaf 2006 als ondersteuner NT-2 docente. Na een hartinfarct in mei 2007 viel zij opnieuw uit. Het UWV stelde na medisch onderzoek op 20 mei 2008 vast dat zij hersteld was en geen recht meer had op ziekengeld. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Rotterdam.
In hoger beroep stelde appellante dat zij vanwege lichamelijke en psychische beperkingen nog niet geschikt was voor haar werk en dat een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek ontbrak. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij de bezwaarverzekeringsarts ook rekening hield met psychische klachten. Er was geen nieuwe medische informatie die aanleiding gaf tot twijfel aan haar geschiktheid.
De Raad concludeerde dat de fysieke klachten geen beletsel vormden voor het werk, mede gezien de beperkte fysieke belasting en de cardiologische informatie. De aanvullende informatie van september 2010 was niet relevant voor de beoordeling per 26 mei 2008. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 26 mei 2008.