ECLI:NL:CRVB:2011:BR4911

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6283 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij afwijzing hoog persoonlijk kilometerbudget

Appellante diende beroep in tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget door Argonaut Advies B.V. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn zoals bedoeld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellante voerde aan dat haar medische situatie en ziekenhuisopnames haar verhinderden om tijdig te reageren. De rechtbank oordeelde echter dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende de gehele beroepstermijn van zes weken niet in staat was het beroepschrift in te dienen of hulp van derden in te roepen.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het beroepschrift pas op 20 januari 2010 bij Argonaut werd ontvangen, terwijl de termijn op 13 januari 2010 was verstreken. De Raad achtte de overschrijding niet verschoonbaar, mede omdat de ziekenhuisbezoeken beperkt waren tot enkele dagbezoeken aan de polikliniek longziekten.

Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Roermond bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

10/6283 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 oktober 2010, 10/134 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
Argonaut Advies B.V. (hierna: Argonaut)
Datum uitspraak: 10 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is ter behandeling aan de orde gesteld op 18 mei 2011. Partijen zijn met bericht niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 7 oktober 2009 heeft Argonaut op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) de aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget afgewezen.
1.2. Bij besluit van 2 december 2009 heeft Argonaut de bezwaren van appellante tegen het besluit van 7 oktober 2009 ongegrond verklaard.
1.3. Bij de brief van 20 januari 2010 heeft appellante beroep ingediend bij Argonaut. Vervolgens heeft Argonaut het beroepschrift doorgestuurd naar de rechtbank.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn zoals genoemd in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante heeft aangevoerd dat zij door diverse ziekenhuisopnames en haar medische situatie niet tijdig heeft kunnen reageren op het besluit van 2 december 2010. De rechtbank heeft evenwel geoordeeld dat appellante niet heeft kunnen aantonen dat de termijnoverschrijding is te wijten aan de ziekenhuisopnames. De beroepstermijn, die afliep op 13 januari 2010, is met de indiening van het beroepschrift, gedateerd op 20 januari 2010, overschreden.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad stelt evenals de rechtbank vast dat het beroepschrift van appellante niet binnen de in artikel 6:7 van Pro de Awb genoemde termijn is ingediend. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb ving de termijn voor het indienen van beroepschrift in dit geval aan op 3 december 2009 en eindigde deze op 13 januari 2010. In artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Appellante heeft haar beroepschrift ingediend bij Argonaut, die het op 20 januari 2010 heeft ontvangen. Vervolgens is het beroepschrift doorgestuurd naar de rechtbank.
4.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is te achten. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Hij voegt daaraan nog toe dat tussen partijen niet in geschil is dat appellante ten tijde van belang in verband met haar beperkingen naar het ziekenhuis moest gaan. Appellante heeft echter naar het oordeel van de Raad niet aangetoond dat zij gedurende de gehele beroepstermijn van zes weken door het ziekenhuisbezoek, dat zoals blijkt uit de door appellante verstrekte gegevens in de periode van 3 december 2009 tot en met 13 januari 2010 bestond uit een drietal (dag)bezoeken aan de polikliniek longziekten, geen beroepschrift heeft kunnen indienen of de hulp van derden heeft kunnen inroepen. De Raad is, gelet hierop, van oordeel dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
4.3. Gelet op hetgeen onder 4.2 is overwogen slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2011.
(get.) H.J. de Mooij.
(get.) J. van Dam.
IJ